Door: Agnes Klijnstra

Ik heb zonet gedaan, wat ik mezelf beloofd had nooit te doen. Juist ja, een blog schrijven! Zei Jezus niet ‘laat uw ja, ja en uw nee, nee zijn?’ Blijkbaar is het lesje standvastigheid nog niet helemaal goed ingesleten en is met één klein zwiepje mijn ‘nee’ naar ‘ja’ verschoven. Enfin, daar zal ik me dan later nog maar eens over buigen.

Hoe ergerlijk kunnen die columns in zijkaternen met naam en toenaam zijn. Steevast blader ik door als er een nieuwe blog of column onder m’n neus verschijnt, ongevraagd door mijn beeld drijvend als pop-ups op mijn computer. Weer iemand die zijn zielenroerselen zonodig wereldkundig moet maken of de zoveelste grappige anekdote kwijt wil en ik kan er ook nog smakelijk om lachen. Alle wereldverbeteraars nog daar gelaten, de maatschappij-kritische betweters die de problemen uit de actualiteit onder het vergrootglas leggen, Wilders, Trump en het Geen Peil-referendum pareren en ik denk: ‘warempel, je hebt nog gelijk ook’.

Wat is het toch, dat ik me daar zo druk om kan maken? Misschien is het tijd om wat veters te strikken, want wie de schoen past, trekke hem aan.

Ongevraagde pop-ups zijn niet alleen vreselijk irritant, maar hebben ook de gewoonte dat ze de beeldschermbewonderaar verleiden om een kijkje te nemen en meer nog, ervan overtuigen er wat mee te doen. Mijn zojuist bezorgde Wehkamp-doos is daar jammer genoeg een stille getuige van :(.
Hetzelfde gebeurt met de eindeloze stroom aan woorden en beelden die naar me toe komen als ik columns, facebookposts, whatsapp en NU.nl lees. Zoveel meningen, plaatjes, voors en tegens, dat het niet alleen een groot deel van mijn tijd wegvreet, maar me ook overspoeld met veel te veel indrukken. Het programma Op Volle Toeren mag dan afgeserveerd zijn, in mijn bovenkamer is het dagelijks op tv. Steeds meer dringt het besef door, dat niet ik consumeer, maar dat ik geconsumeerd dreig te worden. De grote hoeveelheid prikkels maakt dat mijn concentratieboog flink is gekrompen, lezen nu screenen is geworden en bewust kijken en luisteren iets van de vorige eeuw lijkt.
Jij en ik staan niet alleen in het besef van de enorme brainwash waar we ons in begeven. Er worden steeds meer oplossingen geboden om iets aan deze prikkel-overload te doen en onze aandacht erbij te houden. Variërend van een blok plastic in je zak die verder niets voor je doet behalve jou het gevoel geven dat je een smartphone bij je hebt, tot het dragen van een met technologie omgeven juweel die je informeert over je belangrijkste berichten, zodat je mobiel uit zicht kan: het is er allemaal. Filters dus. Middelen die je helpen om te selecteren tussen wat wel of geen aandacht nodig heeft. De behoefte aan digiminderen, versmallen, vereenvoudigen wordt steeds zichtbaarder in, ja dat dan weer wel, een nieuw scala aan mogelijkheden als lokale weggeefhoeken en datumprikkers om niet eindeloos heen en weer te mailen en toch vooral plaatselijk je spullen te vergaren of te vergeven.
Worden we rustiger van minderen en compacten, of zijn het lapmiddelen en moeten we eigenlijk van deze demonen af of op zijn minst er meer controle over krijgen?

Mocht je er nog niet achter zijn: sociale media werken als ‘braincandy’. De knappe koppen van Harvard hebben ontdekt dat het delen van informatie over jezelf op dezelfde manier in de hersenen werkt als wat eten, seks of geld krijgen, met je doet. MRI-scans laten zien dat praten over jezelf een piek in het beloningscentrum in de hersenen geeft, waar luisteren naar je buurvrouw dat totaal niet doet.
In dezelfde reeks experimenten werd ook onderzocht hoe belangrijk het is om publiek te hebben, wanneer je dan toch in je eentje aan het oreren bent. Ik kan mijn lachen bijna niet inhouden. Ja hoor, niet alleen luisteren we vooral ontzettend graag naar onszelf, we willen er ook nog, alstublieft, applaus voor. Gefeliciteerd, het is officieel: welkom bij het zelf-exhibitionistisch collectief!

Mag het minder, vraag ik mezelf af? Wil ik dit nog wel en kan het ook anders? Sinds kort ben ik op informatie-dieet. De whatsapp probeert me oneindig vaak per dag in de houdgreep te krijgen, maar ik hoor het niet meer. Het geluid kan er namelijk af. In het weekend moet je tegenwoordig langer wachten op een reactie als je me mailt, want ook daarin houd ik sabbatsrust. M’n mobiel ligt ergens op een vaste plek in huis, uit mijn directe zicht en als ik je nummer niet ken, neem ik ook niet altijd meer op. Ik wil niet altijd, overal bereikbaar zijn. In de hoogvlucht die het mobiele tijdperk heeft genomen, was ik een van de laatste volgelingen. Ergens onderweg ben ik mezelf duidelijk kwijtgeraakt. Het aanwezig zijn op sociale media leg ik strikt aan banden. Heerlijk, niet alle verhalen meer te hoeven lezen. Ach, het afkicken van de aandacht valt me best mee, kennelijk hoef ik niet zo nodig. Behalve vandaag dan even…

Is er dan niets meer goed, vraag je je wellicht af? Mag er nog iets binnenkomen? Niet alles hoeft gemeden te worden, het gaat om hoe je kiest. Er zijn namelijk wel degelijk een aantal bloggers en columnisten die ik graag lees. Als arme student was ik al snel een tientjes-abonnement op de Volkskrant rijker na een deur-aan-deuractie waar ik meteen ook het zwiepje van ‘nee’ naar ‘ja’ maakte. CAMU heette de column linksonder op de voorpagina, een samentreksel van Remco Campert en Jan Mulder die om beurten hun gedachten over de waan van de dag loslieten op papier. Campert liet ik voor wat het was, maar voor Mulder stond ik als eerste bij de voordeur als de brievenbus klepperde. Zijn scherpe, net even anders-dan-anders blik en houding van “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, ik hoor het hem zo zeggen, deed mijn hart sneller kloppen. Mijn mede-Winschoter broeder had het niet beter kunnen verwoorden! Of Linda’s column lees ik wel eens, die op de eerste bladzijde in haar gelijknamige blad, zo helder kan verwoorden over de mooie, bijzondere en geregeld ook heftige momenten uit haar leven. Een leven als dat van jou en mij, echt èn doodgewoon. Wat op zich al een vorm van kunst is, gezien het feit dat een leven in de spotlights toch niet meteen vergelijkbaar is met het dagelijks bestaan van menigeen, het mijne in ieder geval niet. Herkenning, is zo te zien het sleutelwoord van mijn uitzonderingen.
Tegenwoordig ben ik van herkenning overgestapt op waarheid. Wekelijks lees ik de blogs van Holley Gerth. Vaak ben ik verrast hoe precies het gaat over waar ik me bevind. Wat ik al honderd keer in de bijbel gelezen heb, staat zo treffend verwoord dat ik het als verse manna tot me neem en het ter plekke beaam. Inmiddels ben ik er redelijk van overtuigd dat de Heilige Geest toch echt haar pen bestuurt en me heel wat liefde, bemoediging en wijze levenslessen toestopt. Dat lees ik graag, daar wil ik best mijn hoofd en hart mee vullen: met Zijn waarheid. Als ik toch iemand wil volgen, dan is het Jezus. Waar ik minder word en Hij meer, weet ik zeker dat de piek in mijn breincentrum groter wordt als ik luister dan wanneer ik mezelf in de etalage zet. Daar kan geen wetenschap tegenop.